“ Duizendmaal liever is mij de bewondering. ”
Matthijs Vermeulen

en fr de

LA VEILLE voor mezzosopraan en piano (1917; orkestratie 1932)
 
Vermeulen componeerde het prozagedicht La veille van François Porché – een fragment uit diens Le Poème de la Tranchée, gepubliceerd in Le Figaro van 19 november 1916 – in het najaar van 1917. De scène die de dichter weergeeft, vindt plaats tijdens de nacht die aan een veldslag voorafgaat. De titel van het gedicht kan worden vertaald als 'de vooravond' of als 'de nachtwake'. In een toelichting bracht Vermeulen de psychologische inhoud als volgt onder woorden. "Een vrouw, eenzaam in haar stille kamer bij het bedje waar haar kind slaapt, valt in overpeinzing. Hoewel rondom haar alles nog kalm is, denkt zij aan al het dierbare dat zij door de oorlog bedreigd voelt. Een drang tot bidden welt zachtjes in haar op, en wordt langzaam sterker. Elk ding, elk wezen dat haar voor de geest komt schijnt te willen bidden, steeds dringender, steeds heftiger, terwijl het uur U nadert. In de ochtendschemering trekken de opmarcherende soldaten in een visioen aan haar voorbij. Van ieder neemt zij afscheid met een gedachte die nog bidden is."
         Ten opzichte van Les filles du roi d'Espagne en The Soldier vertegenwoordigt La veille een nieuwe fase in Vermeulens ontwikkeling. Op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld in de inleidende maten van de piano en later bij de heftige uitroepen 'Prions, prions', creëert hij atonale samenklanken en akkoordverbindingen. Ook de sterk toegenomen chromatiek wijst in de richting van zijn latere muziek. De over het algemeen syllabische, reciterende behandeling van de zangstem, geheel in overeenstemming met de dictie van de tekst, is vergelijkbaar met de prosodie van Debussy en Moussorgsky. Na verscheidene stamelend uitgebrachte zinnen krijgen de melismen op "Adieu" een extra dimensie.
         Vermeulen situeerde La veille in "een stad, of een stadje, of een dorp, dicht bij het vallen van de nacht, ergens in Frankrijk, of ergens overal". Daarmee is zijn verklanking van de angsten en het leed die een oorlog berokkent, tot op heden actueel. Hij orkestreerde het lied in 1932, toen de eerste tekenen voor een nieuwe ramp op wereldschaal voor hem reeds zichtbaar waren.
 
La veille
François Porché
 
Pendant ce temps, là-bas, dans les maisons tranquilles,
L’enfant dort, un rameau de buis à son chevet,
Comme les autres soirs la femme se dévêt,
Et les derniers passants circulent dans les villes.
 
O vieille vie, ô bruit des pas,
Sécurité des murs, ô sommeil de l’innocence,
Fièvre des beaux bras nus que tourmente l’absence,
Votre misère à vous c’est de ne savoir pas.
 
Un volet clos vous trompe, un rideau sourd vous leurre.
C’est un piège à présent que le repos d’un lit.
Réveillez-vous, prions. Qui peut connaître l’heure
Où le sort s’accomplit?
 
Prions dans les cités avec le hall qui fume,
Avec les rares feux qui clignent dans la brume
Sous les balcons déserts,
Et prions dans les champs avec les métairies,
Avec tout ce que l’œil au-dessus des prairies
Voit d’étoiles par les soirs clairs.
 
Prions avec les seuils, avec les bancs, les tables,
Et les vieux puits sombres et purs,
Avec les souffles chauds qui sortent des étables,
Avec les toits qu’on croyait sûrs.
 
En avant des convois ronflant de ligne en ligne,
Plus loin que les tracteurs et les canons pesants,
Prions pour tous les fronts déjà marqués d’un signe,
Prions pour les agonisants.
 
Prions pour tous ceux qu’un doigt touche
Près du sourcil;
Celui qui glisse une cartouche
Dans son fusil;
Celui qui tient une grenade
Prête à son poing;
Celui dont la fanfaronnade
Ne trompe point;
Celui qui tire ses cisailles 
De leur étui;
Celui qui, seul dans les broussailles,
Rêve; celui
Qui, troublé, s’applique à retordre
Un fil tordu;
Celui qui, parti sur un ordre,
Se sait perdu.
 
A genoux, à genoux! voici l’instant terrible
Où les grains confondus, jetés ensemble au crible,
Vont s’envoler vers leur destin.
Faisons de la prière une autre prise d’armes,
Prions comme on combat, avec des yeux sans larmes,
Voici le tranchant du matin.
 
Adieu, père, époux, fils, frère, ami, tous les nôtres.
Vous n’avez point dormi comme les onze apôtres
Autour du Maître abandonné.
Adieu, vous voilà tous marchant la tête droite,
Défilant pour mourir par une brèche étroite,
Adieu, l’heure a sonné.
 
 
get the Flash Player
standaardweergave